Een goed gevulde, huisgemaakte groentesoep met wortel, prei, bleekselderij en courgette. Door de groenten eerst kort aan te bakken krijgt de bouillon extra smaak. De kleine, kruidige soepballetjes maken de soep lekker hartig. Heerlijk als lunch of lichte maaltijd en bovendien heel geschikt om in porties in te vriezen.
Snipper de ui en hak de knoflook fijn. Snijd de wortel en bleekselderij in kleine stukjes. Snijd de prei in dunne ringen en was deze goed. Snijd de courgette in kleine blokjes. Houd wat bleekselderijblad apart.
Meng het gehakt in een kom met het zout, de zwarte peper, nootmuskaat en gedroogde peterselie. Draai er kleine soepballetjes van ongeveer 1,5–2 cm van.
Verhit een scheutje olie in een grote soeppan. Fruit de ui 3–4 minuten. Voeg de knoflook toe en bak ongeveer 30 seconden mee.
Voeg de wortel en bleekselderij toe en bak deze 4–5 minuten mee.
Voeg het water, de bouillonblokjes, het laurierblaadje en de tijm toe. Breng aan de kook en laat 10 minuten zachtjes koken.
Voeg de soepballetjes en prei toe en laat 5 minuten zachtjes koken.
Voeg de courgette toe en laat de soep nog 5–7 minuten zachtjes koken, totdat de groenten gaar zijn maar nog wat structuur hebben en de soepballetjes volledig gaar zijn.
Verwijder het laurierblaadje. Proef de soep en breng indien nodig verder op smaak met zwarte peper. Voeg fijngesneden peterselie of bleekselderijblad toe.
Laat de soep volledig afkoelen en vries hem in porties van ongeveer 450 ml in. Voeg bij het opwarmen eventueel verse vermicelli toe.
Snijd de groenten niet te groot en kook ze niet te lang door. Zo behouden ze ook na opnieuw opwarmen hun structuur.